Historisch onderzoek

Zelfportret, 1940 1944, © Stichting Elisabeth Eskes- Rietveld / Pictoright

De ‘Indische’ portretten van Elisabeth Rietveld

In 1935 vertrok schilderes Elisabeth (Bep) Eskes Rietveld met haar vijfjarige zoontje Fons naar Nederlands-Indië. Nadat ze gewend was geraakt aan ‘het andere licht’ in de kolonie, begon zij weer met schilderen en maakte voorzichtig naam met haar portretten en stillevens. In het voorjaar van 1941 exposeerde zij in de Kunstkring van Batavia. De Tweede Wereldoorlog was inmiddels uitgebroken en toen de Japanners na Pearl Harbor Nederlands-Indië bezetten, werden naar schatting 42 duizend  militairen en 100 duizend Nederlandse mannen, vrouwen en kinderen geïnterneerd in krijgsgevangenen- en burgerkampen.

Vanaf eind 1943 verbleef Bep met haar kinderen in de kampen Kramat, Kota Paris en Kampong Makassar. In het kamp bleef zij, met de schaarse middelen die ze had, portretten tekenen: (…) op alles wat los en vast zat. Op inpakpapier, als ik het maar krijgen kon. Dat was mijn manier om er doorheen te komen, zei zij later. Ze tekende ook uit noodzaak: om aan een beetje brood of tabak te komen, of aan stukjes textiel om kleertjes voor de kinderen te maken. Gewoon ruilhandel.

Op 15 augustus 2020, vijfenzeventig jaar na de Japanse capitulatie, opent in Museum Flehite te Amersfoort de overzichtstentoonstelling van het werk van Bep Eskes-Rietveld, waaronder in een aparte zaal de zogenoemde ‘kampportretten’. Er is grote moeite gedaan zoveel mogelijk van deze portretten bijeen te brengen.

In opdracht van Museum Flehite en de stichting Bep Eskes-Rietveld (www.bep-rietveld.nl) heb ik voor de begeleidende tentoonstellingscatalogus een artikel geschreven over de Indische periode van Bep Rietveld en heb ik de kampportretten van bijschriften voorzien.

Bij het portret van Fons Seijler:

Fons was bijna twaalf jaar toen hij op 3 september 1944 met 243 ‘oude mannen’ en andere jongetjes van 10 jaar en ouder van Kramat (Batavia) werd afgevoerd, eerst naar Grogol (een voormalig krankzinnigengesticht iets buiten Batavia) en daarna naar kamp Baros in Tjimahi. Bep tekende de dag voor het vertrek nog zijn portret; toen de vrachtwagen met de jongens wegreed, rende zij er als een furie achteraan.

(portret: Fons Seijler 1944, © Stichting Elisabeth Eskes-Rietveld / Pictoright)

(portret rechtsboven: zelfportret 1940, © Stichting Elisabeth Eskes-Rietveld / Pictoright)

Lopend project