Historisch onderzoek

Een geschenk aan de wereld. Honderd jaar Internationaal Juridisch Instituut.

Een geschenk aan de wereld. Honderd jaar Internationaal Juridisch Instituut is het jubileumboek dat in november 2018 is verschijnen. De oprichting van het  Instituut op 19 januari 1918 aan het begin van het laatste oorlogsjaar, was een duidelijk product van de heersende tijdgeest: de oprichtingsvergadering in de bestuurskamer van het Vredespaleis vond plaats een ruime week nadat Woodrow Wilson zijn veertien punten verdedigde voor het Amerikaanse congres; op de achtergrond speelden de komende vredesonderhandelingen en de verwachte nieuwe internationale orde die na de Eerste Wereldoorlog zou ontstaan, de oprichting van de Volkenbond en de herijking van het volkenrecht, het gedachtengoed van de vredesconferenties van 1899 en 1908 in Den Haag en het vooruitgangsgeloof dat recht en vrijhandel de wereldvrede en de democratie zouden kunnen dienen. Maar ook nationale- en machtspolitieke aspecten speelden een rol: het neutrale Nederland weer een plaats geven in de nieuwe politieke wereldorde.

Klinkende namen uit de toenmalige wereld van politieke- en regeringskringen, de juridische wereld en het bedrijfsleven zeggen iets over de ambities van het I.I.I. bij zijn oprichting: Minister van Buitenlandse zaken jhr. mr. J. Loudon is de erevoorzitter, Minister van Staat jhr. mr. A.P.C. van Karnebeek is voorzitter van de Raad van Bescherming, mr. B.C.J. Loder, raadsheer van de Hoge Raad, is voorzitter van de Raad van Bestuur. De Leidse volkenrechtgeleerde prof. C. van Vollenhoven, pleitbezorger van de Volkenbond, bemoeit zich intensief met het opzetten van het I.I.I. en ook het gedachtengoed van de bekende jurist en Nobelprijswinnaar mr. T.M.C. Asser speelde een rol bij de oprichting van het instituut. Toonaangevende bedrijven uit de financiële-, handels- en industriewereld waren verbonden aan het III, zoals bijvoorbeeld: Van den Bergh’s Ltd, de Steenkolenhandelsvereniging, de Nederlandsche Handelmaatschappij, Deli Maatschappij, Koninklijke Nederlandsche Stoombootmaatschappij etc. Het startkapitaal werd door bedrijven en enkele particulieren bijeen gebracht.

De eerste directeur Blink van het I.I.I. verwoordde het vooruitgangsgeloof en de werkwijze om het ideaal te bereiken heel simpel: ‘zoo zal bijvoorbeeld een Deen inlichtingen vragen over een stuk Spaansch verzekeringsrecht, aan welke vraag het Instituut, zoo niet een voor zijn ambtenaars bereikbaar gedrukt stuk aanstonds het antwoord geeft, voldoet met behulp van wat het van een Spaanschen correspondent verneemt’.

Het ideaal om gratis adviezen te verstrekken en daarmee een rol als intermediair in de wereld te hebben, ging dus samen met  particuliere initiatief en het streven Nederland weer op te stuwen in de vaart der volkeren. In hoeverre de hooggestemde idealen zijn waargemaakt door de werkzaamheden van het Instituut is een tweede.

De ruim drieëntwintigduizend duizend vragen in de afgelopen honderd jaar aan het Instituut gesteld, zijn een spiegel van de geschiedenis van de twintigste eeuw:

-Kan een neutrale staat schadevergoeding vragen wanneer in zijn territoriale wateren een vijandelijk schip wordt aangehouden door een oorlogvoerende mogendheid? 

-Welke is de nationaliteit van iemand die, geboren in Krakau in 1872, gevestigd in Parijs sinds 1900, alwaar hij in 1903 een Fransche trouwt en in 1909 genaturaliseerd wordt. De “Tribunal de la Seine” heeft hem van de Fransche nationaliteit vervallen verklaard, tijdens den oorlog had hij om gezondheidsredenen in Zwitserland vertoefd.

Wettelijke bepalingen geldend in Duitsland met betrekking tot Joodsch kapitaal, voornamelijk onroerend goed, hypothecaire en andere vorderingen. 

-Welk recht is toepasselijk op een Israëlitisch echtpaar afkomstig uit oud-Oostenrijksgebied, later Poolsch, thans door Duitschland bezet, terwijl de geboorteplaats van den man op gebied ligt dat thans door de Soviets is bezet? 

Is belediging van het hoofd van een bevriende staat strafbaar naar het recht van de Verenigde Staten van Noord-Amerika en, zo ja, in welke gevallen en met welke straffen?

-Is de Sovjetunie of een in de Sovjetunie werkzame rechtspersoon op grond van regels van internationaal privaatrecht of regels van internationaal publiekrecht aansprakelijk te stellen voor de schade buiten de landsgrenzen van de Sovjetunie geleden door anderen als gevolg van dit ongeval? 

‘Een geschenk aan de wereld. Honderd jaar Internationaal Juridisch Instituut’ is uitgegeven door de Asser Press en is hier te bestellen. Mijn toespraak bij de aanbieding van het boek tijdens het jubileum symposium van het IJI op 8 november 2018 is op deze pagina (rechtsboven) als PDF toegevoegd.

(foto Jan Willem Looze)

Afgerond: november 2018